Auto van de zaak

Privégebruik auto van de zaak door de ondernemer zelf en door het personeel

Als een ondernemer een auto van de zaak ter beschikking stelt aan een werknemer of zichzelf, zijn de volgende punten van belang om de verschuldigde btw over deze fictieve prestatie te bepalen.

Btw-berekening op basis van werkelijk gebruik

De ondernemer kan de btw op de aanschafkosten van de auto of de leaseprijs volledig in aftrek brengen (voor zover hij recht heeft op aftrek van btw). Dit geldt ook voor de autokosten zoals de btw op benzine, banden, onderhoud en reparatie. Aan het einde van het boekjaar maakt de ondernemer een btw-correctie. De correctie is in beginsel gebaseerd op het werkelijke privégebruik van de auto; volgens de staatssecretaris op basis van een kilometeradministratie. 

De Hoge Raad heeft in 2017 de ruimte geboden om op andere manieren de omvang van het privégebruik aannemelijk te maken dan door middel van een sluitende kilometeradministratie. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat wanneer de administratie van een belastingplichtige geen gegevens bevat waaruit is af te leiden in hoeverre de auto voor privédoeleinden is gebruikt (kort gezegd: een kilometeradministratie) en toepassing van het forfait tot een te hoge btw-heffing leidt, de omvang van het privégebruik met inachtneming van alle omstandigheden van het geval in redelijkheid moet worden bepaald.

Wanneer u geen sluitende of een te beperkte kilometeradministratie van uw werknemer heeft, kunt u volgens de Hoge Raad de omvang van het werkelijke privégebruik onder meer aannemelijk maken aan de hand van: 

  • de aard van de onderneming; 
  • de zakelijke doeleinden waarvoor de ter beschikking gestelde auto binnen die onderneming wordt gebruikt; 
  • de positie en de werkzaamheden binnen de onderneming van de gebruiker van de auto; 
  • de wijze waarop de auto voor privédoeleinden mag worden gebruikt of is gebruikt (zoals voor woon-werkverkeer); 
  • statistische gegevens: Wanneer hierop een beroep wordt gedaan, dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze gegevens in het desbetreffende geval bruikbaar zijn.

Jaarlijks toerekenbare aanschafkosten

Het totale aantal privékilometers wordt daarbij afgezet tegen het totaal aantal kilometers op jaarbasis.

Woonwerkverkeer, waaronder het reizen van huis naar een in de arbeidsovereenkomst overeengekomen vaste werkplaats, is voor de btw ook privégebruik. Reizen (ook al begint dit thuis) naar klanten of een bouwplaats wordt niet aangemerkt als woon-werkverkeer.

De Hoge Raad heeft in 2023 beslist dat de mogelijkheid voor werknemers om thuis te werken geen wijziging is in het karakter van de ritten die zij maken tussen hun woning en het kantoor van hun werkgever indien zij niet thuis maar op kantoor werken. Dat hun huis op andere momenten een plaats is waar zij hun werkzaamheden uitoefenen, doet hieraan niet af. Die omstandigheid heeft niet tot gevolg dat de belangen van de onderneming van de werkgever eisen dat deze voor dit vervoer van de werknemers zorgt, zoals dat evenmin het geval is bij werknemers die al hun werkzaamheden op kantoor uitoefenen.

De verhouding privékilometers ten opzichte van het totale aantal kilometers vermenigvuldigd met de btw op de werkelijke kosten van de auto vormt de correctie voor het privégebruik.

Werkelijke kosten

De werkelijke kosten zijn de kosten waarop btw drukt, zoals de aan het jaar toerekenbare aanschafkosten, betaalde leasetermijnen, onderhoudskosten en benzinekosten. 

Wanneer het gaat om een auto die door de ondernemer zelf is aangeschaft wordt bij de toerekening van de aanschafkosten aan het jaar uitgegaan van afschrijving van de auto in vijf jaar. Dit betekent dat in het jaar van aankoop en de vier daaropvolgende jaren steeds een vijfde van de kosten in aanmerking moet worden genomen. Als bij de aanschaf van de auto geen btw in aftrek kon worden gebracht (bijvoorbeeld bij de aanschaf van een zogenoemde marge-auto) of de auto langer dan vijf jaar geleden in gebruik is genomen, hoeven de aanschafkosten niet (langer) in aanmerking te worden genomen.

Btw-berekening op basis van forfait

Als het werkelijke privégebruik of de werkelijke kosten niet bekend zijn, is goedgekeurd dat de btw-correctie 2,7 procent van de catalogusprijs van de auto (inclusief btw en bpm) bedraagt. 

Wanneer het gaat om een auto die door de ondernemer zelf is aangeschaft en waarvoor de ondernemer geen btw in aftrek heeft kunnen brengen (bijvoorbeeld bij een margeauto) en deze auto ook wordt gebruikt voor privédoeleinden (van zichzelf of zijn personeel), heeft de staatssecretaris een praktische regeling getroffen. De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat de btw op de autokosten normaal aftrekbaar is, als aan het einde van het jaar een forfaitaire correctie wordt gemaakt van 1,5 procent van de catalogusprijs van de auto (inclusief btw en bpm). 

Deze goedkeuring geldt ook wanneer de door de ondernemer gekochte auto waarvoor de ondernemer btw in aftrek heeft gebracht vijf jaar of langer geleden in gebruik is genomen.

Bijzondere regels voor de btw-berekening

Pro rata 

Ondernemers die zowel belaste als vrijgestelde prestaties verrichten hebben de btw op autokosten slechts gedeeltelijk (pro rata) in aftrek kunnen brengen. De btw-correctie voor het privégebruik van de auto op basis van het werkelijk gebruik of het forfait wordt ook pro rata toegepast.

LB-verklaarders

Voor LB-verklaarders (werknemers met een ‘verklaring geen privégebruik’) die wel dagelijks woon-werkverkeer hebben, is de werkgever/ondernemer een btw-correctie voor privégebruik verschuldigd, aangezien woon-werkverkeer voor de btw als privégebruik wordt aangemerkt. Hetzelfde geldt voor een bestelauto die voor woon-werkverkeer wordt gebruikt. Voor btw-doeleinden worden dagelijkse zakelijke ritten naar een opdrachtgever of bijvoorbeeld door een bouwvakker naar een bouwplaats overigens niet als woon-werk gezien waardoor er mogelijkheden tot optimalisatie zijn. 

In een besluit is een goedkeuring getroffen voor de berekening van het aantal (privé)kilometers voor de auto’s van de LB-verklaarders, wanneer niet het forfait maar het werkelijke gebruik als uitgangspunt wordt genomen. Het aantal (privé) kilometers wordt dan als volgt vastgesteld: 

  • bepaling van de dagelijkse woon-werkafstand en het turven van het aantal dagen dat dit woon-werkverkeer plaatsvindt; 
  • voor bestelauto’s met wisselende berijders geldt dezelfde berekeningswijze waarbij per berijder de woonwerkafstand en frequentie moet worden bijgehouden; 
  • in plaats van het bijhouden van de frequentie kan worden uitgegaan van 214 werkdagen met woonwerkverkeer per jaar (evenredig te verminderen in geval van parttime werken of een dienstbetrekking die gedurende het jaar is begonnen of geëindigd). 

Correctie op basis van werkelijk gebruik 

PwC ziet mogelijkheden voor een gunstigere btw-correctie voor privégebruik op basis van werkelijk gebruik voor bedrijven met medewerkers die de werkzaamheden verrichten bij bijvoorbeeld opdrachtgevers. 

Het is onze ervaring dat het hierbij belangrijk is dat de ondernemer een gedegen administratie bijhoudt, waaruit de uitgaven blijken en de aanwending duidelijk is.

Normale waarde (auto van de zaak met eigen bijdrage)

Indien sprake is van een eigen bijdrage voor privégebruik van de auto kan in beginsel geen btw-correctie op grond van een heffing over de fictieve prestaties plaatsvinden. Zonder nadere regelgeving zou dit betekenen dat ondernemers die een kleine eigen bijdrage berekenen voor het privégebruik van de auto van de zaak, geen btw-correctie hoeven te maken en slechts btw over deze kleine vergoeding verschuldigd zijn. Om dit tegen te gaan is in de wet een bepaling opgenomen over de normale waarde. Dit betekent dat de ondernemer moet beoordelen of de vergoeding voor het privégebruik hoog genoeg is (de normale waarde). Als de vergoeding voor privégebruik lager is dan de kosten van het ter beschikking stellen van de auto is sprake van een ‘te lage’ vergoeding die moet worden verhoogd tot de normale waarde. 

In een besluit geeft de staatssecretaris aan dat de Belastingdienst zich - uit oogpunt van een redelijke wetstoepassing - op het standpunt stelt dat de normale waarde gelijk is aan de door de ondernemer gemaakte kosten - inclusief de afschrijvingskosten - voor een auto naar rato van het privégebruik (waaronder woon-werkverkeer). Indien die kosten of de omvang van het privégebruik niet kunnen worden bepaald, keurt de staatssecretaris goed dat de normale waarde mag worden vastgesteld op basis van een forfait van 2,7 procent van de catalogusprijs van de auto (inclusief btw en bpm).

Wanneer een ondernemer bij de aanschaf van een auto geen btw in aftrek heeft kunnen brengen, heeft de staatssecretaris goedgekeurd dat als normale waarde een forfaitair bedrag van 1,5 procent van de catalogusprijs van de auto (inclusief btw en bpm) wordt gebruikt. Deze goedkeuring geldt ook wanneer de door de ondernemer gekochte auto, waarvoor de ondernemer btw in aftrek heeft gebracht, vijf jaar of langer geleden in gebruik is genomen. Als van deze goedkeuring gebruik wordt gemaakt, is gedurende het jaar geen btw verschuldigd uit de eigen bijdrage, maar dient aan het eind van het jaar btw te worden voldaan op basis van de forfaitair bepaalde normale waarde. 

Het forfait mag niet worden toegepast als de verschuldigde btw over de in rekening gebrachte vergoedingen méér bedraagt dan hetgeen verschuldigd zou zijn volgens het forfait. Het forfait mag niet tot meer verschuldigde btw leiden dan in dat jaar in aftrek is gebracht (inclusief het toerekenbare gedeelte van btw op investeringsgoederen).

In de praktijk

In de praktijk is het moeilijk vast te stellen in welke gevallen de bepalingen met betrekking tot heffing over de normale waarde moeten worden toegepast. Verder is het bepalen van deze normale waarde ook lastig. Wij adviseren om altijd in overleg te treden met uw PwC btw-adviseur als van verschuldigdheid van btw over de normale waarde sprake kan zijn.

Contact

Jochem Kijftenbelt

Jochem Kijftenbelt

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)64 801 92 27